Dat onze schutterij véél ouder moet zijn dan officieel bekend, zal wel duidelijk zijn. Met de schaarse gegevens die thans voorhanden zijn, is dit jammer genoeg moeilijk te bewijzen.
In de Middeleeuwen was Heythuysen een handelsplaatsje waar veel kooplieden samenkwamen. Dit was te danken aan de gunstige ligging aan een bekenbekken en als verbindingsplaats tussen de Maassteden Roermond en Venlo met Weert. Voor de bescherming van de rondtrekkende kooplieden moest ieder dorp toen zelf zorg dragen. Hieruit zou men mogen concluderen dat ook in Heythuysen omstreeks de 16e eeuw een schutterij moet hebben gefunctioneerd. De oudste gegevens omtrent een schutterij in ons dorp dateren echter pas uit december 1781. Bevestiging van het hier in vermelde werd later gedaan op 5 september 1823 door Jean Soirran, Brigadier des aux et Forets residerende te Heythuysen. De schutterij verklaarde zich met de inhoud akkoord. Bij akte van 26 december 1825 verklaren Jacobus Luyten, capitein, Cornelis Dreessen, luitenant, Johannes Baetsen en Cornelis Geenen, de verplichtingen stipt te zullen achtervolgen en nakomen, zoals die in 1781 verordineerd zijn. Tenslotte is er ten raadhuizen nog een brief van 20 maart 1826 aangaande de schutterij. District- en militiecommissaris in het district Roermond, Michiels van Verduynen schreef deze aan de Burgemeester van Heythuysen.
De schutterij is omstreeks 1850-1860 stilgelegd. Voor het stuk land (bos), welke toen de Schuttehoeve heette, kwam ze niet meer op, zodat de gemeente dat voorlopig onder haar hoede nam en de grondlasten betaalde. Bij de heroprichting op 21 februari 1881 liet men deze toestand voortbestaan, waardoor dit goed voor de schutterij verloren ging.