Moeilijke Jaren

De crisisjaren 1930-1940 zijn door de schutterij goed doorstaan. Zou men mogen stellen, dat door de sociale onrust van die tijd de mensen zich meer getrokken voelden tot gezamenlijke ondersteuning, en dat ze die wellicht bij de schutterij het beste konden vinden. De schuttersfeesten waren in elk geval plezierige gebeurtenissen, die de dagelijkse ellende voor één dag deden vergeten. Veel echte schuttersverhalen komen dan ook uit deze tijd. Zo was Kobus Schroën blijkbaar een van die mensen, die toen steeds voor een gezellige sfeer en een uitbundig gelach wisten te zorgen.

De schietresultaten waren nu ook bijzonder goed. Op vele schuttersfeesten waren onze schutters gevreesde tegenstanders. Per fiets of met paard en wagen (landbouwer) werd naar de schuttersfeesten gegaan. Deze huifkar werd toen bereden door Eed Cillekens Onze latere penningmeester Sjra Cillekens (die toen 12 jaar oud was) mocht vaak met zijn oom mee om op het paard te letten, als de schutters op de terugweg een glas bier gingen drinken. Bij thuiskomst was natuurlijk de laatste halte bij H. op den Drink (nu café Den Hoek), het schutterslokaal. De schuttemoeder (van Drinks-Mina) zorgde toen altijd voor een hartig hapje voor de schutters. In deze jaren had onze vereniging ook een geestelijke adviseur, namelijk kapelaan Crijns.

Na het overlijden van voorzitter J. v.d. Kop in 1933, is het voorzitterschap een half jaar lang waargenomen door secretaris M. Philips. Deze had al vele jaren goede diensten aan de schutterij bewezen en zou dat nog lang blijven doen. Als nieuwe voorzitter werd gekozen: J. Coenen (zoon van A. Coenen) welke deze functie tot het jaar 1958 heeft vervuld